Bescherming middels het auteursrecht

Juridisch gezien heeft het overlijden van Anne Frank in 1945 het gevolg dat de auteursrechten op dit dagboek vanaf 2016 zullen komen te vervallen. De bescherming van auteursrechtelijke werken heeft namelijk een beperkte houdbaarheidsdatum tot de eerste januari, 70 jaar volgend op de dood van de maker. Dit betekent dat iedereen vanaf 1 januari 2016 het dagboek van Anne in principe vrij mag verveelvoudigen en uitgeven. Daarom is het niet vreemd dat het Anne Frank-Fonds zich heeft gewend tot aanvullende bescherming, in dit geval onder het merkrecht.

 

Aanvullende bescherming via het merkrecht

In beginsel moet het mogelijk zijn om in het geval van verloop van de auteursrechten een merkrecht aan te vragen. In de wet is er in ieder geval geen expliciet obstakel te vinden voor deze “aanvullende bescherming”.

 

Het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) heeft desalniettemin de inschrijvingen van de woordmerken HET DAGBOEK VAN ANNE FRANK en HET ACHTERHUIS voor waren en diensten in de klassen 9, 16, 39 en 41 geweigerd. Deze merken beschikken volgens het BBIE niet over voldoende onderscheidend vermogen om als merk te kunnen dienen. De tekens zullen namelijk door het publiek niet worden opgevat als een teken dat de waren en diensten van een bepaalde onderneming kan onderscheiden van andere ondernemingen, hetgeen een belangrijk vereiste is voor de bepaling van onderscheidend vermogen. Daarnaast is het BBIE van mening dat de tekens HET DAGBOEK VAN ANNE FRANK en HET ACHTERHUIS beschrijven waar de inhoud van de films, boeken en theaterstukken, welke onder deze merken zullen worden uitgegeven, over gaan.

 

Ook in hoger beroep heeft het Fonds bot gevangen. In een overeenkomstige beredenering als het BBIE is het Hof van mening dat deze tekens niet over voldoende onderscheidend vermogen beschikken, omdat deze tekens de inhoud zouden “omschrijven”.

 

Titels uitgesloten van merkrecht?

Indien de bewoordingen van het BBIE en het Hof van Beroep letterlijk worden geïnterpreteerd, zou dit kunnen betekenen dat alle titels van films, theaterstukken, tijdschriften, boeken of zelfs muziekstukken zijn uitgesloten van bescherming onder het merkrecht. Immers, het publiek zal vaak in deze titels de inhoud van het stuk kunnen herkennen.

 

Maar, vragen wij ons hardop af, zal het dagboek van Bridget Jones - ofwel Bridget Jones’ Diary - ook op deze gronden worden geweigerd?

 

Wellicht betreft het hier een zeer specifiek geval, waarbij het onderwerp van bescherming (Anne Frank en Het Achterhuis) onderdeel is geworden van ons cultureel erfgoed en op deze grond niet middels het merkrecht dient te worden gemonopoliseerd. In deze laatste beredenering zal het ook logisch zijn dat het publiek meteen begrijpt dat de inhoud van het boek over Anne Frank en het Achterhuis zal gaan, aangezien dit cultureel erfgoed welbekend is.

 

Het bovenstaande laat nogmaals zien hoe streng en grillig de beoordeling van het onderscheidend vermogen in de Benelux kan zijn. Derhalve is het, niet alleen ten behoeve van boek- en filmtitels, aan te bevelen om in een vroeg stadium van merkontwikkeling met uw merkengemachtigde te anticiperen op alle mogelijke weigeringsgronden.