close icon-linkedin icon-twitter icon-facebook icon-mail icon-google-plus icon-search icon-phone
What are you looking for?
India and Ikea
blog 10 feb 2016

Hooggerechtshof Indonesië verbiedt gebruik IKEA, door Ikea

Merken
Geschreven door Bart ten Doeschate
De Zweedse meubelgigant Ikea heeft onlangs in Indonesië een gevoelig verlies geleden. Het Indonesische hooggerechtshof heeft bepaald dat het merk IKEA geldig is geregistreerd door een ander bedrijf, PT Ratania, een meubelbedrijf gevestigd in Surabaya, zodat dat bedrijf alleenrecht heeft op het merk IKEA. Kan iets als dit ook in de EU gebeuren?

Geen gebruik, geen recht

Het interessante aan deze zaak is dat Ikea al in 2010 een merkregistratie heeft verricht voor het merk, waarschijnlijk vooruitlopend op de opening van de eerste Ikea in Indonesië. In 2013 heeft PT Ratania een eigen merkregistratie verricht voor het woordmerk IKEA. De letters zouden een acroniem zijn van Intan Khatulistiwa Esa Abadi, een verwijzing naar de rotanindustrie. Tijdens de bouw van de eerste Ikea-vestiging, stapte PT Ratania naar de rechter, vanwege het gebruik van IKEA, door Ikea. De zaak werd gevoerd tot het hooggerechtshof. Dat oordeelde dat Ikea weliswaar een oudere registratie heeft, maar doordat Ikea het merk gedurende drie jaar niet heeft gebruikt er geen beroep meer kon worden gedaan op de registratie. PT Ratania heeft dus een geldig merkrecht voor IKEA en kan daarom Ikea verbieden haar merk te gebruiken in Indonesië.

Hoe zit dit in Europa?

Ook in Europa geldt een gebruiksplicht: wanneer een merk gedurende vijf opeenvolgende jaren niet wordt gebruikt, wordt het vatbaar voor doorhaling en kan het recht niet meer worden ingeroepen. Maar zelfs zonder een registratie kunnen algemeen bekende merken voorkomen dat inbreukmakers in de EU met hun merk aan de haal gaan, op basis van het Verdrag van Parijs, waar Indonesië overigens ook lid van is. De bekendheid van Ikea – waarvan de catalogus naar verluidt meer wordt gedrukt dan de Bijbel – zou het in Europa feitelijk onmogelijk maken dat een derde partij een zaak zoals in Indonesië zou winnen.

Daarnaast zou Ikea in Europa hebben kunnen terugslaan met een beroep op de kwade trouw van het andere meubelbedrijfje. Het ligt immers voor de hand dat een meubelbedrijf in Europa wel op de hoogte is van de activiteiten die Ikea onder het merk ontplooit.

Hoewel deze zaak voor Europeanen wellicht onbegrijpelijk is, is het natuurlijk maar de vraag in hoeverre de bekendheid van Ikea in Indonesië is doorgedrongen. Want andersom geldt ook dat wanneer grote internationale concerns voor het eerst de Europese markt betreden, en hier nog helemaal niet bekend zijn en geen merkregistraties (meer) hebben, dit rampscenario van Ikea in principe ook realiteit kan worden.